Verhalen:
Riens geschiedenis, deel III
"Confrontatie met een middenstandfamilie"
Mijn vader zag voor mij geen carrière als marktkoopman of tuinder. "Jij bent een jongen uit de stad dus daar kan jij geen geld in verdienen! Jij moet maar elektricien worden: Dat is het vak van de toekomst……" Op de ambachtsschool had ik het bar slecht naar mijn zin, wat resulteerde in slechte rapporten dus moest ik maar een beroepskeuzetest doen! De uitslag van de test luidde: Rien is een aardige natuurlijke jonge met een goede opmerkingsgave een goed verstand. Met veel plezier werkt hij op de markt. Misschien zit Rien wel teveel met zijn gedachten op de markt. Wij achten Rien goed in staat de opleiding als elektricien te volbrengen. Lukt dit niet, dan adviseren wij om hem zijn middenstandsdiploma te laten halen en de handel in te gaan.
Met veertien jaar en acht maanden was ik aan het werk als elektricien bij de Handelscompagnie
aan de Waalhaven in Rotterdam. Achttien gulden in de week verdiende ik. Veertien
en een halve gulden moest ik thuis af geven en een rijksdaalder zakgeld was voor
mij! Inmiddels had ik via Bram Koolmees, een vriend van mij de schaats-
Op Donderdagavond werd er schaatstraining door ome Janus van Herpen gegeven aan de Gashouderstraat in Kralingen. Maar ja, ik moest dan naar de avondschool. Daar werd dan het volgende op gevonden: Ik ging gewoon naar school en als de conciërge met de presentielijst langs was geweest stond Bram al met zijn oude Mercedes voor school te wachten. Hij toeterde een keer als signaal. Vervolgens vroeg ik of ik naar de w.c. mocht, wat altijd goed was. M'n tas stond al in de gang, ik rende de trappen af naar beneden en dan snel met Bram z'n auto naar de training. Dat heb ik lange tijd vol gehouden.
Op m'n zestiende en zeventiende jaar was ik een redelijke wielrenner en schaatser, maar geen topper! Ik ontdekte ook de andere dingen van het leven en natuurlijk ook de meiden… De sport werd in die periode wat minder en Bram m'n vriend stelde voor om bij zijn vader in de transportwereld te komen werken dan kon ik meer fietsen! Het idee was, dat als we in de Wieringermeer vlas moesten gaan laden en dat dan bij de Linex in Koewacht in Zeeuws Vlaanderen gelost hadden ik met de fiets naar Rotterdam terug zou fietsen. De praktijk was dat ik helemaal versleten was en niet meer aan trainen toe kwam!
Soms overnachtten we bij chauffeurscafé De Paal aan de Belgische grens. Als ik 's nachts door de gelagkamer naar de w.c. moest zag ik daar mannen die bezig waren om smokkelvesten met boter te vullen. Er werd in die tijd veel gesmokkeld. Vlees, boter en horloges waren heel populair… Als er een botersmokkelaar met een gevuld botervest gepakt werd door de "vliegende" zoals de douane in die tijd genoemd werd zette men hem voor een brandende kachel en stond de arme man even later in een plas met boterjus!
Ook zal ik nooit vergeten dat ik om 1 uur s,nachts met de ouwe Koolmees (Bram zijn
vader) uit Zeeuws Vlaanderen was komen rijden en na vier uurtjes slapen weer vertrokken
naar Noord Holland. Voor het vertrek -
"Zo, onze prak is klaar", sprak hij jolig, "we gaan in de cabine eten." In de cabine opende hij het deksel en de damp sloeg er af. Ik zag dat er op de boerenkoolprak met worst ook nog een paar eieren waren mee gegaard!
We hebben zitten smullen…
© Rien de Roon