Verhalen:

Riens geschiedenis, deel II

"Het begint met ambitie"

Het was bij een lezing in Middelharnis op uitnodiging van de A.B.N/AMRO. De meeste mensen in de zaal waren uit het midden- en kleinbedrijf. Zelfstandige ondernemers, mensen die dezelfde taal spreken als ik. Mr Dr Rolf Pagano deed ook een lezing en hield deze voor de pauze. Aardige vent en een goed verhaal.

Toen er iemand van de organisatie mij een dag van te voren belde of ik voor mijn lezing soms een laptop, overheadprojector of een flap-over nodig had bedankte ik haar voor de moeite. Geef mij maar een draadloze microfoon en een barkruk zei ik lachend. Dan komt het wel goed.

Ik begon mijn verhaal door te stellen, dat niet de ABN/AMRO het woord ambitie had uit gevonden maar mijn broers en zusters van de naoorlogse generatie!  Zonder ouwe mannenpraat op te hangen is het wel eens goed om aan een jongere generatie uit te leggen hoe het in de naoorlogse jaren toeging. Het is een toets om eens te vergelijken hoe goed wij het nu hebben terwijl iedereen in 2003 loopt te piepen dat de conjuctuur terug loopt en we broekriem moeten aansjorren.

Thuis was er geen geld, mijn vader was na de oorlog meubelmaker bij het rijk geworden. Toch had hij de ambitie om terwijl hij voor een groot gezin moest zorgen in de avonduren voor douaneambtenaar te gaan studeren, wat hem ook gelukt is. Mijn zus Jannie werkte zaterdags in een slagerij om geld bij te verdienen. Zelf werkte ik bij een zaad- en plantenhandelaar, Willem v/d Ruit uit Zevenhuizen op de markt. Ik verdiende daar een rijksdaalder mee. Soms als hij de avond ervoor dronken geweest was, lag hij de hele dag in zijn vrachtauto te slapen en stond ik als jongen van 13 jaar de hele dag alleen voor de kraam. 's Avonds kreeg ik dan twee rijksdaalders…

Op een stukje grond buiten Rotterdam dat ik van een tuinder mocht gebruiken kweekte ik zelf planten die ik dan weer voor mezelf op de markt verkocht. Hier is de basis van het ondernemerschap waarschijnlijk gelegd! Soms spijbelde ik van school omdat ik het te druk had op de markt. Natuurlijk moest ik wel het eerste bij de brievenbus zijn als de post geweest was. Het was een gele kaart van school waar dan op stond: Geachte ouders, Uw zoon Rien was op die en die datum niet op school aanwezig, gaarne vernam ik de reden van dit verzuim…

Broer Rens -de oudste- was inventiever en slimmer. Hij wist een gat in het hek bij het stadion Feijenoord te zitten waar hij op zondagmiddag als er wedstrijden waren doorheen kroop. Vervolgens liep hij dan naar de ingang van de eretribune waar de suppoost de kaartjes stond te controleren. Hier begon hij dan spontaan te janken.  De goede man vroeg dan wat er aan de hand was. Snikkend vertelde hij de suppoost dan dat zijn vader op de eretribune zat en de kaartjes had. De man raakte hierdoor ontroerd en liet Rens door om zijn vader te zoeken die er natuurlijk helemaal niet was! Het resulteerde in: Rens zag de wedstrijd vanuit een toplocatie en vervolgens begon hij een kwartier voor het einde van de wedstrijd lege limonade flesjes op te halen die hij vervolgens inleverde en daarmee 3 rijksdaalders verdiende. Als een grootvorst werd hij dan altijd bij ons in de straat binnen gehaald. Wij wisten namelijk dat hij in een gulle bui ijs ging uitdelen…

Rens begon met veertien jaar in korte broek te werken bij de firma Pesch, een bedrijf dat in veevoeder deed aan de Heemraadsingel en groeide op naar directielid van een bedrijf dat Denkavit heette.

Het is  een fenomeen dat haast al mijn broers en zusters op een of andere manier met de handel te doen hebben gekregen terwijl wij niet in een middenstands gezin zijn op gegroeid!

© Rien de Roon