Verhalen:

Riens geschiedenis, deel I

Toen zij de lucht van koffie rook….

Mijn geboorte was een slechte start. Op 14 mei werd Rotterdam door de Duitsers plat gebombardeerd. Mijn vader was vliegtuigbouwer bij Koolhaven aan de Waalhaven en was gelijk werkeloos. De Duitsers hadden als eerste het vliegveld en de vliegtuigfabriek plat gegooid. Pa was nog op de fiets met zijn broodtrommeltje onder zijn snelbinders op pad gegaan om te werken, maar  werd op de Pleinweg al tegen gehouden door Duitse militairen.

Wij woonden aan de zuidkant van Rotterdam en aan de andere kant van de Maas stond alles in lichterlaaie. Om te kijken hoe de toestand in de stad was ging mijn vader met broer Joost te voet naar de overkant van de Maas. Helemaal ontdaan kwamen ze terug in de Koolzaadstraat en vertelden hun relaas aan mijn moeder. Op dat zelfde moment werd gebeld en Arie, de broer van mijn moeder stapte binnen. Hij was beroepsmilitair en had gevochten in de Peel. Na de wapenstilstand was hij in een geleend burgerpak gaan lopen richting Den Haag waar zijn onderdeel lag. Hij had een baard van vier dagen en was uitgehongerd. Geëmotioneerd vertelde hij over de ongelijke strijd tegen de Duitsers.

Mijn vader en broer Joost vertelden Arie wat ze in het brandende hart van Rotterdam hadden gezien. Het was in één woord luguber. Vooral de aanblik van de dode mariniers op de brug had een diepe indruk op hen gemaakt…. De drie mannen huilden en misschien is dat het begin geweest dat ze later in het verzet gegaan zijn. Mijn moeder hield haar hoofd koel en zei: "Ik ga eerst maar eens koffie zetten!" Toen ze in de keuken de bonen in de koffiemolen gedaan had en aan de zwengel begon te draaien dacht ze: Wat is de lucht van koffie toch verschrikkelijk vies! Ineens realiseerde ze zich ook dat ze de lucht van koffie altijd vies vond als ze in verwachting was!

OP 16 februari 1941 WERD IK GEBOREN………

Mijn eerste herinneringen als kind zijn van de hongerwinter. 's Ochtends begon ik bed te roepen om een boterham "met droog boter", daar bedoelde ik een boterham mee, met boter besmeerd. Beleg was er niet.  Ook herinner ik de bevrijdingsfeesten met verklede mensen dansend op de straat. Op mijn vader zijn schouder om te zien hoe meisje kaal geschoren werden en anderen een hakenkruis op hun hoofd geschilderd kregen omdat ze met Duitse soldaten omgegaan waren.

Op de kleuterschool kregen we als bijvoeding een zak gedroogde abrikozen mee naar huis. Normaal moesten die geweld worden in water, maar ik at ze onderweg naar huis al ongeweld op, zo'n honger had ik! Ik weet nog goed dat de eerste ongepelde pinda's in Nederland kwamen. Op een krant pellen met de hele familie rond de tafel… Jamin kwam met een ijskar 's avonds door de straat. 10 cent voor een dubbeldikke maar voor een stuiver sneed de ijscoman hem doormidden!

Als kind leefden wij, de kinderen de Roon -inmiddels zeven in getal- veel op straat. De saamhorigheid was onder de mensen groot in de naoorlogse jaren, dit had te maken met de armoede die er in die tijd  was. Iedereen hielp elkaar en deelde of ruilde voedsel voor gebruiksvoorwerpen. Zo werden wij, de kinderen de Roon, gevormd in de naoorlogse jaren.

© Rien de Roon