

De tocht der tochten van 1985
Onverwacht was hij er!!!Na 22 jaar wachten, op het eind van de winter, om precies te zijn op 21 februari ging de Elfstedentocht door…Ik wist niet of ik er blij mee moest zijn. Mijn beste schaatsjaren waren voorbij. Alle elfstedentochtboeken over die heroïsche tocht had ik al verschillende malen gelezen. Moraal had ik er uit geput om ervoor te blijven trainen… Ik kan me herinneren dat ik op een dinsdag naar mijn vertrouwde tandarts in Zierikzee moest en een afspraak in de namiddag had, omdat de kinderen dan uit school waren en ook mee moesten.Ik woonde destijds in Oud Beijerland ongeveer zestig kilometer van Zierikzee.Om de tijd te doden had ik maar weer eens een boek over de Elfstedentocht gepakt. Ik ging helemaal op in de verhalen. Wat hadden die mannen als Paping afgezien in 1963……Maarrr…mocht hij ooit nog komen, dan zou ik mijn partijtje meeblazen.“Ada, ga jij maar met de kinderen met de auto, dan ga ik met de fiets!” Ze keek me aan met een blik van “Moet jij weer zo nodig!”Het was najaar en er was regen op komst maar dat gaf niks, tijdens de Elfstedentocht moest je harder afzien. Met een goeie moraal trapte ik de Hoekse Waard door, maar voordat ik bij Numansdorp was, kreeg ik een ijskoude regenbui over mij heen. Ik werd niet meer droog en op Flakkee begon ik vierkant te trappen van de kou en liep het niet meer lekker.Geen eten en geen geld bij me! Bij Oude Tonge kreeg ik een hongerklap van hier tot Tokyo en als enig redmiddel, pikte ik een winterpeen uit het land.Alert lette ik op auto’s, die mij passeerden of mijn vrouw met Mirjam en Jan niet voorbijkwamen. Zwak moment natuurlijk, maar wat wil je, als je niet meer vooruit te branden bent!Bij het Grevelingenmeer moest ik een stukje door de polder toesteken via een polderweggetje. In de verte zag ik onze auto, die mijn redding zou moeten zijn, voorbij rijden! Shit, de lijdensweg moest nog gaan beginnen….Om zes uur kwam ik in het pikkedonker Zierikzee binnen gesukkeld. Ada en de kinderen kwamen me ongerust tegemoet lopen. “WAAR WAS JE NOU?”
De tandarts zit al een uur op je te wachten.Ik brabbelde wat over afzien en Elfsteden tochten.
De tandarts, hij is al jaren dood, begreep het en hielp me alsnog……Eind februari 1985 was het druk in Inzell met schaatsenrijders en hun familie. Het was krokusvakantie en het winterde twijfelachtig in Holland. In januari was de winter begonnen en hadden wij wedstrijden op buitenijs gereden. Daarna was het gaan dooien en terwijl er nog ijs in de sloten lag ging er af en toe een nachtvorstje over heen. Niemand had nog vertrouwen in een echte winter, vandaar dat ik met de familie naar Inzell vertrok. Tijdens de training op de superbaan van Inzell hoorde ik, dat het toch weer harder was gaan vriezen in Holland en iedereen werd weer nerveus over een eventueel op handen zijnde Eelfstedentocht….
Maandag 18 Februari zou het in het nieuws in Holland bekend worden gemaakt! Welles of nietes…..We zaten in het ijsbaanrestaurant met een groep schaatsers te eten. Arie Rooijmans zou om tien over acht naar huis bellen of de tocht der tochten door zou gaan.Hij liep naar de telefooncel naast het restaurant, waar wij zicht op hadden…Alle ogen waren op Arie in de telefooncel gericht. Aan zijn mond zagen wij dat hij aansluiting had! Zou het wel, zou het niet?Arie liep van de telefooncel terug naar het restaurant, hij opende de deur en bleef in de deuropening staan. HIJ ZAG BLEEK… En alsof de derde wereldoorlog was uitgebroken sprak hij: “A.s. donderdag wordt de Elfstedentocht gereden!” Als een bom sloeg het bericht in. Nerveus gepraat alom. Discussies over wel of niet naar Holland terug gaan.Er hebben die dag in Inzell wat huwelijken op het spel gestaan.VOOR MIJ WAS HET DUIDELIJK: IK GING TERUG !!!!De familie bleef en ik reed met Arie en Paul Borsje mee naar Holland terug.Dinsdagavond was ik weer in Rockanje en belde naar Cees Vermeulen of hij al slaapplaats in Friesland geregeld had. Dat was al geregeld, hij had in Wirdum een paar kamers voor de Zuidhollandse selektie weten te bemachtigen.
Het zou in Hotel Du Houx wel een drukke bedoening worden, want er hadden verschillende sponsorploegen hun intrek genomen, waaronder Aegon.Maar wat gaf het. DE NACHT VOOR DE WEDSTRIJD ZOU KORT WORDEN……
Woensdagmiddag, 20 februari 1985. In Du Houx was het een komen en gaan van schaatsenrijders. Wedstrijdrijders, die in het hotel een plaatsje hadden weten te bemachtigen, gingen nu het ijs verkennen. Er heerste een nerveuze stemming!!! Maar wat wil je, de volgende morgen om 5.30 uur zou de tocht der tochten plaats vinden.
Bijna niemand van de schaatsers wist, wat dit inhield. De meesten hadden wel 200 km wedstrijden gereden in Finland, Noorwegen en zelfs Amerika. Maar een echte Elfstedentocht was toch heel anders met al het klunen erbij! En nu na 22 jaar zou het dan gaan gebeuren…
De weerprognoses waren slecht. De verwachting was, dat het bij de start rond de nul
zou zijn. Mist werd ook verwacht en met geen sneeuw op de kant zouden de contouren
van kanalen en meren in het donker niet te zien zijn. Met mist zou er ook geen maan
zijn, dus zou in het donker de oriëntatie heel moeilijk zijn! De angst voor het donkere
gat was bij de rijders heel groot!!!Slechts een enkele rijder had in 1963 de helse
tocht gereden, die door Reinier Paping werd gewonnen. Dat waren o.a Jeen v/d Berg,
Egbert Vossebelt en Jan Uitham.Met een paar selectierijders uit Zuid-
Het was rond de nul en voor de wind gleed het goed maar morgen in het stikdonker zou alles anders zijn!!Terug in het hotel troffen we een totale chaos en het was nokkie vol. Met zes man, die een hoop bagage bij zich hebben, op een twee persoons kamer, is een ramp.De Aegonploeg was ook gearriveerd met o.a Dolle Dries en Henri Ruitenberg. Volgens Aegon ploegleider Kees Poel was zijn ploeg zwaar favoriet.“We gaan naar de inschrijving,” zei ik tegen Cees Vermeulen en Jan van Capelle. Cees had goed gepresteerd op natuurijs en had een goeie moraal, hetgeen zich uitte door tegen iedereen te zeggen: “Ik ben benieuwd wie er morgen tweede wordt!”Met de auto reden we naar de inschrijving in de veemarkthallen in Leeuwarden. Het was er druk, gezellig druk een soort reünie van schaatsenrijders. Bij binnenkomst pikte de T.V en schrijvende pers de favorieten er uit voor interviews.Kruithof, Niesten, Kooiman en Henri Ruitenberg waren huizenhoog favoriet ! De media doken er als havikken op. EVERT VAN BENTHEM WERD NERGENS GENOEMD…..De nodige voeding en kledingadviezen werden onderling uitgewisseld, zo van:
“Doe jij morgen één of twee zweethemden aan?” en “smeer jij vaseline of spenenzalf op je gezicht?” Er waren ploegen die met mijnwerkerslampen op hun hoofd zouden starten om goed het donker door te komen. Er zou minimaal twee en half uur in het donker geschaatst moeten worden. De onzekerheid en de angst voor het zwarte gat was van de gezichten van verschillende schaatsers af te lezen.We reden terug naar ons plattelandshotelletje in Wirdum en volgden s’avonds nauwlettend de berichten op de t.v over de elfstedentocht. Gerrit v/d Ham, de wedstrijdleider, sprak over de knelpunten, die de schaatsers konden verwachten en “kistwerken” op het Slotermeer. Wisten wij veel! Iedereen was nerveus en gespannen.In onze overvolle hotelkamer legden we onze wedstrijdkleding op volgorde neer, er van uitgaande, dat het een barre tocht zou worden.Achteraf hadden we veel te veel kleding aan!De vrouw van de hotelhouder was zo vriendelijk geweest, om onze rugnummers op onze wedstrijdpakken te naaien.Om tien uur lagen we in bed, want om half drie moesten we er uit om die verschrikkelijke spaghetti te gaan eten! Van slapen kwam niets, iedereen lag te woelen in zijn bed maar gelukkig werd het half drie. Ik liep door de gang naar het toilet Dolle Dries tegen het lijf. “Heb jij al naar buiten gekeken?” vroeg hij mij.“Nee,” zei ik, “wat is er aan de hand?”“HET IS POTDICHT VAN DE MIST EN HET DOOIT…”.Hij had de angst in zijn ogen. “Als we op het Slotermeer in een wak rijden vinden ze ons pas als het licht is….. MISSCHIEN ZIEN WE ELKAAR NOOIT WEER!”
Hij meende, wat hij zei….Beneden in het restaurant was het bedrijvig met wedstrijdschaatsers.Sommigen
al in wedstrijdpak en weer die nerveuze stemming; angst voor het onbekende.Tijdens
het spaghetti eten nam ik met de Zuidhollanders nog even de startprocedure door.
“We moeten zorgen dat we niet te laat in Leeuwarden in de kooi staan” en “voordat
je de kooi in gaat, eerst piesen, want je mag er niet meer uit.”Kwart voor vijf gingen
we de kooi binnen en hier kregen we ook ons eerste stempel.Er stonden al een kleine
honderd schaatsers met hun schaatsen in hun handen gereed voor het vertrek, dat nog
drie kwartier zou duren. Sommige rijders stonden wat te praten of aten nog wat.Jos
Geysel had een klapstoeltje meegenomen. Geen slecht idee, want je kreeg stalbenen
van dat lange staan. Wat mij vooral opviel, was dat veel rijders al geestelijk gestart
waren. Nooit zal ik die blik van Jos Niesten vergeten! Zijn gezicht zag geelachtig
en staarde alleen maar vooruit. Niet meer van deze planeet. Voor veel schaatsers
was dit de dag van de waarheid. NU, NA 22 JAAR, MOESTEN ZIJ ZICH BEWIJZEN!Buiten
de hal hoorden wij het gejoel van tienduizenden mensen, die de start van de tocht
der tochten mee wilden maken. De meesten waren niet naar bed geweest en kwamen rechtstreeks
uit de kroeg…..Het aftellen was begonnen. NOG VIJF MINUTEN….Ik checkte mijzelf voor
de laatste keer. Bivakmuts, skibril, dubbele wanten, zaten mijn overhoezen nog goed?
Het was belangrijk, dat je die eerst over je benen aantrok, zodat je ze later op
het ijs naar beneden kon trekken, over je schaatsen heen. Dit om bevriezing te voorkomen.Alhoewel,
het vroor niet en wij stonden gekleed of de Elfstedentocht van 1963 moest gaan beginnen!!!!5
UUR. Vier mannen trokken de deuren van de kooi open. Het was een gedrang van jewelste
en 267 wedstrijdrijders probeerden zich naar buiten te persen. Tussen een haag van
juichende mensen, begon de hardloopwedstrijd van 1700 meter naar de start aan de
Binnenhaven.Als in een droom liep ik mijn race, regelmatig ingehaald door snellere
lopers.Jan van Capelle was als eerste bij het ijs; hij zou voor de rest van de wedstrijd
geen rol meer meespelen. Toen ik bij het ijs aankwam, zaten er al tientallen rijders
hun schaatsen aan te trekken. Wim Westerveld zag ik al met zijn schaatsen aan, het
zwarte gat van de Zwette ingaan, op weg naar het 22 km verderop gelegen Sneek.Het
was een oordovend lawaai van toeschouwers en dweilorkesten.Dit was dus Elfstedentocht!!!!
Ik zocht snel een plaatsje op één van de banken, die op het ijs waren geplaatst en
begon gehaast, maar toch bedachtzaam, mijn schaatsen onder te binden. Mijn ogen raakten
haast verblind door de talloze bouwlampen die het ijs verlichtten.Het leek wel een
Le Mans start; links en rechts vertrokken met korte onwennige slag schaatsers richting
Sneek het donker van de kronkelige Zwette tegemoet. Ik was klaar en gehaast begon
ik aan mijn race. Uit het licht van de bouwlampen werd het steeds donkerder en smaller.
IK SCHAATSTE DE PIKDONKERE NACHT IN…Op de Zwette, het kanaal naar de tweede stempelplaats
in Sneek, kon je echt geen hand voor je ogen zien. Geen maan en sterren, geen oplichtende
sneeuwlaag aan de walkant! Wat mij toen overkwam, had ik nooit verwacht. IK WAS NACHTBLIND!!!Ik
schaatste en mijn enige oriëntatie was het krassende geluid van collega-
”Ja,” zei ik een beetje schuldig! “Hoor jij niet van voren te zitten?”Ja, gelijk had hij, maar ik kon niet beter…Kon ik er wat aan doen dat deze Elfstedentocht niet in 1979, in mijn beste jaar, verreden werd? Op weg naar Ijlst, waar gestempeld moest worden, hoorde ik rumoer aan de andere kant van de rietkraag. Het was nog steeds aardedonker, maar ik begreep dat dit de kopgroep moest zijn, die al in IJlst gestempeld had. Toen we door de smalle gracht van Balk schaatsten, werden we weer door duizenden toeschouwers aangemoedigd.Op de Luts zaten veel scheuren en het was er heel smal. Er waren door de lengtescheuren veel valpartijen. Bij Bolsward, na ongeveer 100 km, begreep ik, dat ik op een kansloze positie reed. Ik had door al die valpartijen te veel tijd in het donker verspeeld.Het ijs begon zacht te worden door de dooi en ik wist, dat de tienduizenden toerrijders het later op de dag en avond heel zwaar zouden krijgen.Als in een soort trance vervolgde ik mijn Elfstedentocht en kon wel janken dat het voor mij gedaan was.Vlakbij Dokkum kwam ons de kopgroep met Van Benthem, Kooijman, Niesten en Ruitenberg al tegemoet en zag ik hoe groot de voorsprong was.Toen wij de Bonkevaart op reden met nog een paar kilometer te rijden begon Jan van Capelle, die ‘s ochtends als eerste het ijs op was en daarna sterk was teruggevallen, een mop te vertellen. Hij ergerde mij er mee, want ik was teleurgesteld.Ik wilde hem daarom voor blijven en we hebben gespurt of het voor de eerste plek was....De teleurstelling was zo groot, dat ik een jaar lang geen krant over de Elfstedentocht heb willen lezen.