Ik zat in m’n nadagen. Het liep allemaal niet meer zo. Pijntje hier pijntje daar.
Mijn rug was ook niet meer top.Waar waren de jaren gebleven dat ik op 100 ronden
geen enkele keer overeind hoefde te komen? Maar ja, ik was de oudste marathon A-rijder
van dat moment. Landelijk nummer 65! Voor de grap had ik er een + achter gezet...65+.Met
Steven Zoon en zijn vader reden we naar de marathon in Amsterdam. Ik zat wat te piepen
en te zeuren, dat ik niet lekker was en waarschijnlijk een griep onder de leden had.
Stevens vader reageerde er amper op, hij had het wel meer gehoord.Thuis kon ik ook
nog weleens lopen zeuren op de dag van de wedstrijd dat ik de trap niet op kon komen.
Meestal kwam ik dan met de bloemen naar huis......Het startschot was gevallen!Na
twintig ronden wedstrijd begon ik lekker te rijden en zat ik bij de acht man, die
een ronde voorsprong pakten. Gert Jacobs, de beroepsrenner en talentvol marathonschaatser,
zat ook mee.....We pakten het peloton en ik reed gelijk door naar de spits van de
wedstrijd, want in dat soort situaties was de kans altijd groot, dat er gelijk weer
een groep wegrijdt.Dat was goed gegokt want we reden weer met vier man weg met die
donderse Jacobs er ook weer bij!!!We pakten weer een ronde en dus gingen Gert en
ik samen aan de leiding van de wedstrijd! Bij honderd ronden moest het peloton afspurten
en daarna de groep met één ronde voorsprong. Gert en ik bleven samen over met nog
vijf ronden te rijden...HET WERD EEN KAT EN MUISSPELLETJE.Gert Jacobs het aanstormende
talent van 21 jaar tegen Rien de Roon, de routenier, van 46 jaar. IK HAD ZIJN VADER
KUNNEN ZIJN.Ik deed een paar plaagstootjes, maar hij pareerde ze allemaal.Het werd
een Hitchcock finale!Bij de bel voor de laatste ronde had ik de leiding, niet zo
slim voor een man met zo veel ervaring, maar door een schijnbeweging dwong ik hem
op kop. Eigenlijk was ik al content met een eventuele tweede plaats. We waren eigenlijk
allebei antisprinters, maar hij was zo’n stuk jonger! Op de kruising met nog 200
m te schaatsen stonden we zowat stil. Een soort “sur place”.Maar wat Gert toen deed,
was tactisch zo sterk!!!!!Hij keek achterom en hij GRIJNSDE naar me!!!
Het was een grijns van: ”OUWE MAN JE BENT GEKLOPT.” Hij ging de spurt vol aan en
klopte me!!! Twee jaar later na de Ronde van Wateringen, waar Gert gereden had vroeg
hij na afloop of we nog een biertje gingen drinken.We zaten met nog wat beroepsrenners
aan tafel en Gert zei, naar mij wijzend: ”Die kanjer heb ik een keer geklopt in de
marathon van Amsterdam. Wat was ik daar blij mee, want eigenlijk had ik gedacht daar
tweede te worden!”“Ik dacht dat jij die dag niet te kloppen was” zei ik, “want waarom
grijnsde je dan zo naar mij?” Lachend zei hij: “OMDAT IK ZO KAPOT ZAT....”