wp74184ea0.png















Borstvoeding: noodzaak

wp3a0142ac.png

Hij belde me op. Het was ergens in november. Leuk, dat hij aan mij had gedacht!Dick van Gangelen schreef in die periode voor het Parool en nu voor het Algemeen Dagblad. Samen met Ron Couwenhoven is hij van onschatbare waarde voor het marathonschaatsen geweest, vooral in de beginjaren. Zij schreven echt over de sport zonder het te veel over het randgebeuren te hebben.Marathonschaatsen is bikkelen en afzien. Zij hielden echt van die sport en maakten mooie verhalen.En nu waren ze bij mij ter voorbereiding van een exclusief verhaal, een paginagroot marathonverhaal, in een wintersportspecial van het Parool. “Kan je één van je schaatsers meenemen bij het interview?”  vroeg Dick. “Wel eentje met een goed verhaal!”.Het was in de periode, dat ik de meeschaatsende marathontrainer van Zuid Holland was, eigenlijk een beetje in mijn nadagen. Maar ik reed nog steeds behoorlijk.

Altijd wel bij de eerste vijf of tien en ik had de week ervoor Alex Jansen nog naar de overwinning geloodst in Den Haag.“Zal ik Jan van Capelle meenemen?”  vroeg ik aan Dick. Dat was prima en we maakten de afspraak om op dinsdagmiddag om vijf  uur op de ijsbaan in Den Haag te zijn. Jan was een marathonschaatser, die z’n prijsje kon rijden en ook wel eens verrassend won. Landelijk had hij de meeste bekendheid, door de verhalen die hij na de wedstrijd zo mooi kon vertellen.Normaal ben ik altijd te vroeg op een afspraak, maar nu zat ik vast in een file bij de Beneluxtunnel en schoof daardoor twintig minuten te laat bij Dick en Jan aan tafel.“Sorry mannen”,  verontschuldigde ik mij. Maar, ik zag dat er al wat op papier stond, dus hadden ze niet stil gezeten!Dick richtte zich tot mij en zei: “Rien, marathontrainer van Zuid Holland, hartstikke mooi, maar waar selecteer jij je mannen nu op?“BORSTVOEDING Dick”, zei ik met een glashard gezicht. “De mensen in mijn ploeg hebben allemaal borstvoeding gehad!” De blik in zijn ogen was er één van ongeloof, hij lachtte wat schaapachtig en zei: “Dat meen je toch niet echt?”.Ik keek hem recht aan en vroeg hem: “Dick heb jij kinderen?”.

 “Jawel, ik heb twee kinderen.”

 “En wat voor voeding hebben zij als baby gehad?” vervolgde ik. Een beetje schuldig antwoordde hij: “Flesvoeding”.

 Ik schudde meewarig mijn hoofd en zei: “Hoe kon je dat nu doen?”.

”Jij hebt zeker wel borstvoeding gehad?” vroeg Dick.“Wis en waarachtig”, zei ik. “Ik heb met een rooie kop aan mijn moeders tiet liggen trekken om er wat uit te krijgen! DAAR KWEEK JE KARAKTER MEE!  Maar wat is de praktijk nu tegenwoordig. Moeder wil haar borsten sparen, dus hup gelijk maar de fles en als het niet snel genoeg gaat, maakt men het gaatje maar groter. De baby hoeft er niets meer aan te doen. Ze pletteren het zo naar binnen.

DAAR KWEEK JE GEEN MARATHON SCHAATSERS MEE!”.Verward keek hij mij aan. “Wat moet ik hier nu mee?”.

 “Dick”, zei ik lachend “hier hoef je ook niets mee. Het is maar een geintje!”.Uit mijn ooghoeken zag ik dat hij toch een paar notities maakte.We gingen verder met het interview en met de informatie, die Jan en ik hem gaven moest het wel een mooi verhaal worden. Een verhaal vol heroïek, van mannen met ijs in baard en snor, verwikkeld in een gevecht met de elementen.Half december belde Jan van Capelle mij op. Ik was het al bijna weer vergeten.

”Rien, dat verhaal in het Parool is uit. Zal ik ook een krantje voor jou meenemen naar de training?”. Hij klonk nogal uitbundig.

 “Is het wat geworden”, vroeg ik argwanend?  “Ik vind het wel leuk, maar jij komt er wat minder af!”“Hoe bedoel je?”  vroeg ik vinnig. “Dat zie je vanavond op de training wel”, zei hij, daarmee het telefoongesprek afsluitend.Met gemengde gevoelens reed ik naar de Uithof in Den Haag; een bang voorgevoel reed met mij mee! Terwijl ik mijn schaatsen aansnoerde, kwam hij triomfantelijk de kleedkamer binnen en reikte mij een opengeslagen krant aan.Sommige dingen in het leven kan je corrigeren of terugdraaien, maar soms zijn dingen onherroepelijk. Ik staarde naar de tekst, mijn handen begonnen te beven.

DIT KON NIET WAAR ZIJN! Ik knipperde een paar keer met mijn ogen en hoopte dat de tekst dan anders zou zijn. Maar het stond er werkelijk.Boven het paginagrote marathonverhaal stond de vette kop:RIEN DE ROON: HET TOVERWOORD BIJ MARATHONSCHAATSEN IS BORSTVOEDING EN VEEL KLAARKOMEN.Ik kreeg spontaan een wegtrekker. Klaarkomen, daar hadden we het nooit over gehad, hoe kon dat nou? Dit was geen uitspraak van mij!Wat zou mijn moeder en mijn familie hier wel niet van denken, laat staan het marathonwereldje?

Ik meende het te weten en keek Jan van Capelle aan: “Waar heb jij in vredesnaam met die Van Gangelen over gesproken, toen ik nog niet op die afspraak was?”.

Zijn handen bezwerend omhoog heffend zei hij: “Je gelooft toch niet dat ik over klaarkomen, gesproken heb?”.“Maak je toch niet zo druk”, vervolgde hij “de groep wacht al op het ijs, we gaan trainen”.

Ja, hij kon makkelijk lullen. Zijn naam stond niet boven het interview. Hoe had die Van Gangelen toch zo de boel kunnen flikken. Hij schreef altijd steengoeie stukken. Hij was nog niet klaar met mij! Op het ijs werd ik met een soort onderdrukt gelach door mijn mannen ontvangen.

Ze wisten ervan. De opmerkingen varieërden van: “Leuk stukkie in de krant!” tot “ Ze hebben je goed bij je taars”. Mijn stemming werd er niet beter op. Maar wat was de oplossing?

Hylke Boerstra, een pupil van mij en aankomend meester in de rechten, kwam naar me toe. Plechtig sprak hij: “Rien, ik hoor dat jij een probleem hebt”.

 “Een probleem? Een probleem? Ik ben gewoon geflikt door die Van Gangelen en ik heb jouw dringend advies nodig! Morgen bel ik jou op om een kort geding voor te bereiden”.Van trainen kwam die avond niets. Het verhaal was inmiddels bij de hele baan bekend en iedereen had wel een advies, hoe ik die verrekte journalist aan moest pakken. Mijn zoon en dochter waren ook bij de club aan het trainen. Zouden ze het al weten?Ik was in de kleedkamer, mijn trainingsspullen in mijn tas aan het doen, toen mijn dochter Mirjam, volop in de puberteit, naar mij toe kwam.“Leuk stukkie in de krant, pa?”.

Bliksemsnel pakte ze de krant, die naast mijn tas lag. Ik probeerde hem nog uit haar handen te trekken, terwijl ik riep: “EN JIJ MAG HET HELEMAAL NIET LEZEN!” Ze liet zich niet van de wijs brengen maar pulkte behoedzaam het strookje papier waarop de tekst “en veel klaarkomen” stond, achter de kop vandaan.Plotseling was de kop van het interview WEL leuk.

Nu stond er: HET TOVERWOORD BIJ MARATHONSCHAATSEN: BORSTVOEDING. Niet Dick van Gangelen had mij geflikt, maar Jan van Capelle, die het strookje krantenpapier uit een ander deel van de krant geknipt had. Dat stuk ging over een sekte die “veel klaarkomen” hoog in het vaandel had staan.Nog leuker werd het, toen enkele dagen later een brief bij mij in de bus viel van de Nederlandse Vereniging tot Bevordering van Borstvoeding met de volgende tekst: “Geachte heer de Roon, Heel, heel hartelijk dank voor uw keiharde promotie voor borstvoeding enz. Stickers erbij met de tekst: “Borstvoeding, ja natuurlijk …”

Jaren later vroeg de vrouw van Evert van Benthem, Janette, die een fervent voorstandster van borstvoeding was, mij nog naar het artikel. Ze had er over gehoord.  Ik heb haar de orginele versie gegeven.