Verhalen:
Uit het boek "Het belang van borstvoeding"
6. De weddenschap
Sommige mensen, die je in je aktieve sportcarrière ontmoet, raak je nooit meer kwijt! Eén daarvan is Arie Rooijmans.Hij was voor het eerst meegegaan met Co Boekee, een vriend van hem, om op de Haagse Uithof te gaan schaatsen. Een boerenjongen, sterk als een beer, eelt op zijn handen van het harde werken in de spruiten.Hij stond naar de selectie van Zuid Holland, die op dat moment aan het schaatsen was, te kijken. Ik maakte deel uit van die selectie….
”Wie is die gast, die daar in het midden rijdt?” vroeg hij aan zijn vriend.“Dat is
Rien de Roon, één van de beste schaatsers van Zuid-
”Die denkt zeker, dat hij goed is.” sprak Arie, “wacht maar totdat ik getraind ben…”.Arie werd ook enthousiast voor het schaatsen en ging wedstrijden rijden op gewestelijk niveau, maar werd steeds weer door die de Roon geklopt.
Hij werd lid van de trainingsgroep van de Hoekse Waard, waarvan ik trainer was.
Ik probeerde hem schaatsvaardigheden bij te brengen, echter zonder resultaat.
Arie probeerde alles met kracht en konditie te kompenseren. Met hard lopen kon ik hem absoluut niet bij houden.Op een avond in februari tijdens de ijstraining, begon hij mij weer eens een keer uit te dagen, waar de hele trainingsgroep bij was.“Met schaatsen ben je wel een hele vent,” sprak hij, “maar als het echt zwaar en lastig wordt, winnen wij boeren jongens het altijd!” Dat kon ik niet over mijn kant laten gaan… “Goed Arie zeg het maar, wat zullen we doen? Jij mag het zeggen!”“Deze zomer gaan we heel ver fietsen, met z’n tweeën naast elkaar, zonder sluwigheidjes en niet bij elkaar in het wiel gaan zitten.”“Maar Arie,” vroeg ik hem “Wat is ver fietsen?” Hij keek me twijfelend aan.
”150 km?” vroeg hij argwanend. Nu was het tijd om de eerste klap uit te delen. Ongelovig lachend keek ik hem aan en zei: “Arie dat meen je toch niet… je gelooft toch niet dat ik voor zo’n klein eindje fietsen mijn zweethemd nat ga maken?”Hij was aangeslagen. “Zeg jij het dan maar!” sprak hij.
”300 km en geen kilometer korter” blufte ik.De toon was gezet, er was geen weg meer
terug. De weddenschap die uitsluitsel moest geven wie de sterkste was, moest worden
uitgevoerd!Op een maandagmorgen in juli voor dag en dauw stond Arie helemaal geprepareerd
bij mij in Oud-
”Môgge mannen, al vroeg op pad!” Ik vertelde het doel van deze fietstocht.
Martin, die Arie ook goed kende, rolde zowat van de fiets van de lach. Hij zag in ons een paar goede trainingsmaatjes en reed met ons mee tot Zierikzee. Toen had hij het wel gehad, wenste ons lachend veel sukses en draaide om.
Om een hongerklap te voorkomen, begon ik maar vast een boterhammetje te eten en wat te drinken. Arie, die wat minder ervaring met lange duurtrainingen had, schamperde: “Ik snap niet dat jij al honger hebt!”
”Ik heb ook nog geen honger, maar je moet eten voor het hongergevoel er is,” sprak ik wetenschappelijk…Arie vond het grote onzin. “Thuis eten we pas om twaalf uur” en daarmee was voor hem de kous af.Goes kwam in zicht en de temperatuur begon behoorlijk op te lopen. Af en toe keek ik uit mijn ooghoeken naar Arie, hoe die er bij stond. Hij oogde nog fris. Alleen zat hij naar mijn idee twee tanden te zwaar te trappen.“Gaat het goed?” vroeg ik, terwijl ik rechts Kruiningen zag liggen en we inmiddels 175 km weg hadden. “We kunnen altijd nog bij Bergen op Zoom afslaan!” Argwanend keek hij mij aan en een beetje bijterig zei hij: “300 km is 300km!” Hij gooide er nog een tandje bij, terwijl we langzamerhand de wind tegen begonnen te krijgen.“ARIE, JE MOET NU TOCH ECHT GAAN ETEN!” probeerde ik nog een keer.
”Je moet niet zeuren, ik heb geen honger.”Ik besloot mijn mond te houden. Het was een weddenschap, dus ook een wedstrijd en een wedstrijd is oorlog.Ik keek eens om me heen en zag hoe mooi het gebied langs de Belgische grens was. Arie keek met zijn bruin bezwete gezicht strak voor zich uit. Zou hij nog goed zijn? Ik voelde me nog prima, natuurlijk voelde ik de kilometers wel, maar ik kon nog goed druk op de pedalen houden. De conversatie werd minder. Rond Tilburg reden we een paar maal verkeerd en raakte Arie wat geïrriteerd, wat voor mij de eerste signalen waren, dat het niet goed met Arie ging. “ARIE,DRINKEN!” Hij nam een paar slokjes! Het water uit de Wash and Shine bidon smaakte hem niet en het kan door de vermoeienis geweest zijn, maar ik dacht stellig, dat ik ook een zeepbel aan zijn lippen zag hangen!Na Tilburg maakten we een draai en begonnen we de wind op kop te krijgen. De afspraak om naast elkaar te blijven rijden en niet uit de wind aan het wiel van de ander te gaan zitten, was nog steeds van kracht.Er waren 220 km onder de wielen weg…..Er werd niet meer gesproken. Vanuit mijn ooghoeken taxeerde ik Arie. Het goeie was er bij hem af. Hij kreeg een doffe blik in zijn ogen!Dit was het moment om hem even te testen…Zonder dat hij het merkte, schakelde ik een tandje bij en gaf nauwelijks merkbaar, wat gas.Het was een lange parallelweg van Raamsdonkveer richting Werkendam. Langzaam versnelde ik wat meer, zonder dat hij het aan mijn lijf kon zien. Arie zijn voorwiel verachterde wat ten opzichte van mijn voorwiel. De voorkant van zijn wiel kon nog een kilometer lang op de hoogte van mijn as blijven.Toen knapte er iets bij Arie en wist ik dat het gedaan was.
Hij nestelde zich in mijn achterwiel om uit de wind te rijden!Ik trok nog vijf kilometer
door en rechtte mijn rug.Quasi verbaasd vroeg ik: “Gaat ie goed Arie?” Hij keek mij
geringschattend aan: “Denk maar niet dat ik kapot zit, ik heb alleen last
van mijn nek!”“Zou je niet eens wat gaan eten?” sprak ik, terwijl ik naar de drie
bulten in zijn achterzak keek, waarvan hij nog niets genuttigd had.Hij begon te eten
maar kon het niet weg krijgen.“Weet je wat we doen?” zei ik. “Verderop is een tankstation,
waar we de bidons kunnen vullen.” We stapten af en lieten de drinkbussen vol lopen.Ik
kreeg een idee, wat we vroeger ook wel eens deden bij jonge vogels die niet zelfstandig
konden eten. Ik nam een boterham en maakte die drijfnat onder de kraan. “Allez Arie,
prop hem naar binnen!”Kokhalzend kwam hij weer net zo hard naar buiten. Hij was al
te veel kapot, het lichaam accepteerde geen eten meer. We moesten nog zestig lange
kilometers, dat kon nog wat worden, en dat werd ook wat……We vervolgden onze tocht.
Arie zat als een dood vogeltje aan mijn wiel en de brug van Gorinchem leek voor hem
de Alpe d’ Huez wel.Af en toe keek ik achterom en vroeg hoe het ging. Hij knikte
alleen maar. Ik had met hem te doen: ZO HAD IK HET ECHT NIET BEDOELD !Met vijftien
kilometer per uur kwamen we Hardinxveld-
Ik loodste Arie, die constant aan zijn nek liep te voelen, de wagen binnen.
”Zoek maar wat uit,” riep ik, terwijl ik een pak Yogidrink boordevol druivensuiker, uit het vak plukte. Arie stond nog rond te kijken, want naar de kruidenier in Poortugaal ging zijn moeder altijd….“Wat is dat vroeg hij?”.
”Yogidrink, steen goed spul, moet je ook nemen”! Arie had van het spul nog nooit
gehoord. Bij hun thuis op de boerderij werd alleen maar melk of hooguit karnemelk
gedronken. Hij nam een slok en keek alsof hij arsenicum had ingeslikt. “Dat spul
mot ik niet..” en gooide het pak acuut in de vuilnisbak. Nadat hij toch nog een Mars
naar binnen gekregen had vervolgden wij met een tempo van nul in het uur onze weg
richting Oud-
Hij reageerde nergens meer op.Hoe het kwam, ik weet het echt niet! Waren het mijn
reflexen die na 300 km niet meer zo best reageerden, of was het die kat, die zo snel
was? Ik kon er nog net vlijmscherp omheen sturen, voelde een tik tegen mijn achterwiel
en hoorde een grote klap……Ik keek achterom. Arie lag kermend met zijn buik plat op
de straat en zijn fiets lag vijf meter verder.Ik rende naar hem toe, hij lag naar
adem te happen. Door de harde landing was alle lucht uit zijn longen geslagen.Voorzichtig
tilde ik hem op en hing hem over een hekje aan de zijkant van de weg. “DAT DIT MIJ
NOU OOK NOG MOET OVERKOMEN!” jankte hij.Ik liep naar zijn fiets, boog zijn stuur
weer recht en riep: “Arie niet zeuren, we zijn haast thuis. Om kwart over zes arriveerden
we weer bij ons vertrekpunt in de Jan Tooropstraat in Oud-
Om kwart over zeven stond ik weer enigszins vermoeid schaatstraining te geven aan mijn groep.Zag ik het goed ?? Arie Rooijmans kwam met keurig gekamde haartjes het trainingsveld opgeslenterd! “Wat kom je doen?” vroeg ik verbaasd?
“TRAINEN”, sprak hij lichtelijk geïrriteerd ….
© Rien de Roon