Verhalen:

Uit het boek "Het belang van borstvoeding"

4.  Amsterdam  Oost; Windkracht 8

Over mysterieuze krachten in de sport schreef Joris v/d Bergh al in zijn boek, heel lang geleden. Ik kan nog steeds niet begrijpen, hoe het heeft kunnen gebeuren. Maar het is gebeurd en het zal altijd een mysterie blijven……

Er was een vorst periode in Nederland en er waren al verschillende wedstrijden op buitenijs in den lande geweest. Om als schaatsenrijder op de hoogte te blijven, waar de wedstrijden waren, moest je de wedstrijdkalender in de krant nakijken, of om tien over zes na het nieuws naar de radio luisteren. Ik had de wedstrijd uit de krant: Langebaanwedstrijd in Amsterdam Oost. Afstanden 500 en 1500 meter. Aanvang 17.30 uur

Ik belde een paar schaatsvrienden of ze interesse hadden om mee te gaan. Met drie man reden we naar Amsterdam. Het had de hele dag al hard gewaaid, maar het KNMI voorspelde Oosterstorm! Toen we na lang zoeken de ijsbaan gevonden hadden en uit de auto stapten, voelden we het al: HET WAS KOUD, BITTERKOUD!!!

De natuurijsbaan lag op een open vlakte, waar de wind vrij spel had.

Snel liepen we naar het houten gebouwtje van de ijsclub. Het was lekker warm binnen, want de potkachel stond voluit te branden en het was een drukte van belang.

Er stond een rij schaatsers om in te schrijven en toen ik aan de beurt was, zag ik dat er al veertig deelnemers op de lijst stonden. Maar waar ik van verschoot was de kwaliteit van de deelnemers. Op zo’n onbelangrijke wedstrijd verwacht je geen kernploeg en B-ploeg schaatsers.

 

Maar ze waren er wel…..De meesten had ik al ontmoet in Inzell of Hamar. Maar in principe had ik op deze wedstrijd als antisprinter niets te zoeken. Zeker op de 500 meter waar ik zo’n moeite met de eerste meters had…

De wind loeide om het clubgebouw en niemand haalde het in zijn hoofd om naar buiten te gaan, laat staan om te gaan inrijden.

De startlijsten werden opgehangen en ik zat in de twaalfde rit tegen Arend Klos. Ik had al gepland om zo laat mogelijk naar de start te gaan om niet te koud te worden.

Gelukkig was de opening met de storm mee en had ik de eerste buitenbocht.

Bij de tiende rit ging ik pas naar het ijs. Arend was al aan het inrijden. Ik had geen idee wat voor tijden er gereden waren, want er werd niets omgeroepen. Maar dat de tijden slecht waren, stond wel vast.

Ik reed een opwarmronde en werd tegen wind haast teruggeblazen!

“Twaalfde rit…. Arend Klos en Rien de Roon naar de start!” riep de starter. Ik had met de man te doen, want hij zag paars van de kou.

We reden naar de startlijn en konden amper stil blijven staan door de wind.

 

”OP UW PLAATSEN”. Het schot klonk en we waren goed weg. Ik denk dat door die oosterstorm nog nooit van die snelle openingen gereden zijn.

Ik reed kogelhard op de bocht af en kon gelukkig de bocht houden omdat ik de buitenbocht had. Arend zeilde zowat bij mij de baan in, omdat hij in de binnenbocht veel meer moeite had.

Bij het uitkomen van de bocht voelde ik de ijzige wind mij haast terugblazen, maar ik verkortte mijn slag en klauwde het rechte eind op. Ik bleef heel kort rijden tot ik de laatste binnenbocht bereikt had. Gelukkig had ik tegenwind in de laatste binnenbocht en met een kort prikslagje reed ik de bocht door en vervolgens met de storm in de rug met grote klappen op de meet af……Helemaal kapot reed ik nog een stuk uit.

Ik wist niet wat ik van deze rit moest denken, ik wist alleen dat ik Arend een stuk achter mij gelaten had, terwijl hij altijd iets sneller op de 500 meter was.

Er werden nog steeds geen tijden afgeroepen en alle schaatsers die de 500 meter gereden hadden, verzamelden zich snel rond de potkachel in het clubhuis.

Voordat de start van de 1500 meter begon, werden eindelijk de tijden van de 500 meter bekendgemaakt…

De voorzitter van de ijsclub kwam met de lijsten uit de jurykamer en begon met het aflezen van de namen en de tijden.

Hij begon onderaan de lijst met de slechtste tijden.

Voor veel schaatsers een teleurstelling, maar dat werd gelijk vergoelijkt met “Die storm hè!”. Toen de voorzitter bij plaats tien kwam, werden de namen van de kernploeg en de B-ploeg genoemd en ik had niet anders verwacht dan dat ik allang afgeroepen had moeten zijn….. Uiteindelijk lag mijn kracht vanaf de 1500 meter, ik was stayer en had in die tijd daar nauwelijks faam mee gemaakt!

Toen de voorzitter bij plaats vijf kwam, had ik het idee dat men mij vergeten was en maakte ik aanstalten om, als de winnaar bekend was, even de voorzitter aan te schieten

Nummer drie werd genoemd: Jac. de Koning, nummer twee: Ab Krook;

de spanning steeg…en de winnaar RIEN DE ROON!

Ik kreeg het warm en een knalrood hoofd. De meeste rijders van de kernploeg kenden geen Rien de Roon en keken verbaasd in het rond…..Hoe was het mogelijk dat een voor hen onbekende de 500 meter kon winnen? Ik begreep er zelf ook helemaal niets van. Natuurlijk, de omstandigheden waren abnormaal en ik had de race goed opgebouwd, maar het bleef een grote verrassing, dat een stayer de 500 meter in Amsterdam-Oost won.

Ik werd gehuldigd en kreeg een vergulde medaille die ik aan de armband van mijn vrouw heb laten maken, zo trots was ik op die overwinning.

Het noodlot wil, dat die armband bij een inbraak in mijn huis gestolen is. Ik hechtte heel veel waarde aan deze overwinning!

In 2000 heb ik al mijn gewonnen sierprijzen en bekers weggegooid: het voelde aan als een begrafenis!

© Rien de Roon