Verhalen:

Uit het boek "Het belang van borstvoeding"

3. Madonna di Campiglio

Bij het Nederlands Kampioenschap Langebaan in Assen eindigde ik net achter de kernploegleden. Niet goed genoeg om een EK of WK te mogen rijden. Maar de K.N.S.B zou mij een dag later inschrijven voor het vierbanen tournooi, dat tien dagen later in Madonna di Campiglio zou beginnen. 

Ik had nog nooit op die baan gereden en wist dat de baan heel snel kon zijn. Op eigen kosten reed ik een dag later met vrouw en kinderen en Jaap Varekamp met zijn familie voor een vakantie/trainingskamp naar Inzell. Vanuit Inzell zou ik dan afreizen naar Madonna di Campglio. Jaap was een kollega winkelier en een goede vriend van mij. Hij begeleidde mij regelmatig naar wedstrijden. Zelf kon hij niet schaatsen, maar hij was in alle functies inzetbaar.

Zo redde hij het jaar daarvoor nog de uitslag van de 200 km van Zevenhuizen, waar de voltallige jury niet meer een uitslag op papier kon krijgen vanwege de chaos in de finale van de wedstrijd. Het was trouwens dé wedstrijd, die op dooiijs werd verreden met Jos Niesten en Co Giling samen in de finale. Co zat zo kapot, dat hij iedere ronde de jury smeekte om de wedstrijd in te korten.

Jos reed ijzersterk en voor hem kon de wedstrijd niet lang genoeg duren. 

Toen Co in de laatste ronde ook nog Jos vroeg om het tempo niet al te zeer op te schroeven, sprak Niesten de historische woorden: “KLIM MAAR OP M’N NEK, IK BRENG JE WEL NAAR DE FINISH…..”

In Inzell ontmoetten wij op de ijsbaan nog drie Hollandse schaatsenrijders, die ook in Italië moesten rijden. “Heeft de K.N.S.B jullie aangemeld?” vroeg ik aan Gerrit Woudenberg, één van de Hollandse schaatsers. “Ja, dat was gebeurd”, sprak Wim Beukers die in Noorwegen woonde en de Hollandse nationaliteit nog had. Wim was een kanjer op de vijf en de tien kilometer maar reed op de 500 meter als een strijkijzer. Arend Klos maakte ons kwartet compleet.

Met Arend was ik jaren lang naar de Jaap Edenbaan gereden om daar te trainen, technisch niet zo sterk, maar een echt trainingsbeest, een subtopper.

“Weten jullie of de K.N.S.B. nog een coach naar Madonna stuurt?”

”Daar moet je maar niet op rekenen”, sprak Gerrit.  Gerrit was een allrounder die alle afstanden goed reed en later nog een jaar in de kernploeg zat. Na zijn langebaan carrière geselde hij nog een korte periode het marathonpeloton en won in een weekend drie marathons achter elkaar. Hij was toen broodmager en onder de douche moest hij rennen om wat water te vangen…..

We bleven nog wat dagen in Inzell trainen en vroegen aan Jaap of hij als coach/verzorger mee wilde. Jaap overlegde met vrouw Truus, ook niet de moeilijkste en Jaap had weer een nieuwe functie in de schaatssport erbij.Dat hij ook chauffeur zou zijn en dat wij met zijn stationwagen zouden gaan, meldden wij hem pas later!

Vanuit Inzell naar Madonna in Italië was hemelsbreed nog geen 300 kilometer, maar de laatste 100 kilometer moesten we door de oude Brennerpas en daarna zouden er nog een paar nijdige bulten komen.

Tot Innsbruck ging alles goed, de auto was wel zwaar beladen met al onze tassen en nog eens 5 personen.

Het was inmiddels gaan sneeuwen en in een chauffeurscafé aan de Italiaanse grens, waar we stopten om een bakkie te doen, vertelde Jaap ons voor het eerst dat de zomerbanden, die hij er om had, maar weinig profiel meer hadden……

Het werd een lijdensweg,we konden maar 20 kilometer per uur rijden anders begon de stationcar spontaan te slippen. Op de Brennerpas kwamen we uren vast te staan, doordat er een ongeluk gebeurd was.

We waren al tien uur onderweg en doodmoe, het begon donker te worden en het zicht was allerbelabberdst.

“Zouden we wel op tijd  voor de loting zijn?” vroeg Arend zich hardop af…..

”Ze zullen wel op ons wachten, want de organisatie weet dat er een Hollandse delegatie komt!” sprak Jaap geruststellend. Na nog twee uur door levensgevaarlijke, dikbesneeuwde bochten geworsteld te hebben, rolden we het mondaine Madonna di Campiglio binnen.

Ik moet eerlijk toegeven dat wij nog een beetje wereldvreemd waren in die tijd, maar het eerste aanblik van deze plaats was verbijsterend en schitterend tegelijk. We zagen mensen met pelsjassen en dito bontmutsen flaneren en er reden de duurste Italiaanse auto’s rond. De hele Italiaanse jetset was hier kennelijk op wintersportvakantie. Het was ook voor de eerste enwaarschijnlijk ook voor de laatste keer, dat wij rose en lichtblauw geverfde poedels zagen rondlopen.

Aan een politieagent in een potsierlijk uniform met tressen en gouden knopen, om maar niet te spreken van de talrijke onderscheidingen die de goede man op had, vroegen wij waar het hotel van de organisatie was. Hij keek minachtend naar onze auto en wat geringschattend naar het stelletje ongeregeld, dat in de auto zat, maar wees ons uiteindelijk de weg.

Om half acht stapten we het hotel, waar de organisatie zat en ook de loting zou plaatsvinden binnen, een half uur te laat.

We botsten haast tegen de heer Schuster op, die net van de loting vandaan kwam. WE WAREN DUS MOOI TE LAAT VOOR DE LOTING!!!! Schuster verschoot van kleur toen hij ons zag staan. “Wat komen jullie doen?” stotterde hij. “Schaatsen,” antwoordden wij in koor!!!

“Mooi niet,” zei hij. De K.N.S.B heeft voor de Trofee Nicolodi geen afvaardiging in geschreven! “Mooi wel!” sprak ik flink in mijn beste Engels. Ik ben een dag na het NK door Peter de Groot aangemeld en de andere jongens zijn vanuit Inzell telefonisch opgegeven.

Schuster gaf geen krimp en had wel voor hetere vuren gestaan.

“De loting is achter de rug en de meeste ploegleiders zijn naar hun hotel. Jullie zijn gewoon te laat!” Nu zag ik Gerrit wit weg trekken en dan was hij op z’n best.

“Te laat, te laat…” 

”We zijn tien uur onderweg geweest en hebben alle ellende van de wereld onderweg meegemaakt en nu probeert u ons wijs te maken, dat wij morgen niet mogen starten?” Hierna volgde een serie Engelse vloeken, waar de honden geen brood van lusten.

Op enige afstand zag ik Collin Coates van Australië en Peter Lake van Engeland met enig leedvermaak de discussie volgen.

Zij vonden het al lang lekker, als wij niet mee mochten doen, want zij hadden de prijzen op papier al verdeeld… en nu stapten daar vier nieuwe kanshebbers het hotel binnen.

De kansen keerden; er leek een opening te komen.

 

”IK GA PROBEREN DE PLOEGLEIDERS NOG EEN KEER BIJ ELKAAR TE KRIJGEN EN HUN VOOR TE STELLEN OPNIEUW TE LOTEN, MAAR IK BELOOF NIETS!!!!!”

Zo, dat was tenminste wat. Jaap Varekamp vroeg waar ons hotel was en stuurde ons daar vast heen. Ik blijf hier en maak je geen zorgen; ik maak alles in orde en kom later naar het hotel. Jullie gaan nu rusten, want jullie zien er uit als vaatdoeken.

Nou, de zorgen werden voor ons alleen maar groter toen wij ons poepsjieke hotel binnen stapten en de prijzen van de kamers zagen. Wij arme sloebers konden hooguit één nacht betalen.

We pakten onze tassen uit in onze kamer en liepen het centrum van Madonna in, op zoek naar een pizzeria, want onze honger was groot.

Luid  toeterend stopte een auto naast ons. Het was Jaap.

Hij draaide het raampje naar beneden en zei breed lachend: “Het is voor elkaar. We mogen meedoen met de wedstrijd en reis- en hotelkosten worden ook vergoed!”

Dat was een pak van ons hart, wat een wereldploegleider was die Jaap!

De stemming zat er gelijk goed in. Arend zei tegen Jaap: “Na het eten ga ik nog even stappen, want ik heb me toch een paar bloedmooie Italiaanse meiden gezien! Hij was er gewoon opgewonden van!

"Om de donder niet” zei Jaap zeer beslist, “morgen begint de wedstrijd en dan moet je in orde zijn.”

Arend gaf zich niet gelijk gewonnen, maar Jaap droeg onmiddellijk de oplossing aan!

“Leg je apparaat vannacht maar in de dakgoot, het vriest lekker, dan blijft hij in ieder geval hard en dan kan je morgenavond altijd nog zien wat je er mee doet. Discussie gesloten!”

‘s Ochtends aan het ontbijt vroeg Jaap of wij nog een paar reserve schaatsen bij ons hadden voor hem om te coachen., Wat hij er niet bij vertelde was, dat hij helemaal niet kon schaatsen………

We gingen naar het ijs, prachtig weer, strakblauwe lucht en overal mensen op weg naar de pistes met ski’s op hun nek. Voor het eerst van m’n leven zag ik mensen met een soort aluminium bakjes onder hun kin zitten zonnen om optimale straling te krijgen.

Bij de ijsbaan gekomen bekeken we de loting en trokken onze schaatsen aan om te gaan inrijden. Jaap trok ook z’n schaatsen aan, maar bleef op het bankje zitten……. Het was een natuurijsbaan maar het ijs gleed fantastisch. Alle rijders waren op de baan en de speaker begon in het Italiaans een verhaal op te hangen, waar we niets van begrepen.

We reden naar ploegleider Jaap, die nog steeds op het bankje zat, maar nu met een bloedmooie Italiaanse naast zich.

“Zo Jaap,” zei Gerrit. “Dat heb je snel voor elkaar”! “Nee,nee” haastte Jaap zich.

 “Zij  is voor twee dagen onze tolk…” Ze was leuk en mooi en week geen moment van onze zijde en dat kwam ons goed uit, want Italiaans is niet zo eenvoudig.

De wedstrijd stond op het punt te beginnen en de eerste paren werden opgeroepen naar de start. Jaap maakte aanstalten om naar de coachplaats te schaatsen, maar toen hij op zijn geleende schaatsen ging staan, ging hij al haast onderuit.

Wij zagen het gebeuren en grepen meteen in, door aan weerszijden naast hem te gaan staan en hem behoedzaam naar de coachplaats te trekken. Zolang hij maar stond ging het goed!!!!

De wedstrijd verliep goed en na de eerste dag stonden we hoog in het klassement, tot grote ergernis van Collin Coates, die zijn kans op een eerste plek zag smelten als sneeuw voor de zon.

We kwamen in het hotel terug en haalden onze sleutel op aan de receptie, waar een aardige juffrouw achter de balie zat.

Geïnteresseerd keek Jaap naar de kom met vijf goudvissen, die hun eindeloze rondjes zwommen. Opeens maakte hij een snelle graai door het water van de kom en bracht zijn hand razendsnel naar zijn mond.

De juffrouw verbleekte en begon de goudvissen na te tellen…….

Elke keer als we bij de receptie kwamen, herhaalde Jaap deze truc!!!

De tweede dag van de wedstrijd verliep nog beter. Wim Beukers reed Collin Coates op de tien kilometer op een ronde en won het eindklassement.

Jaap Varekamp was in twee dagen tijd een succesvol coach geworden, waar andere coaches uit verschillende landen om advies kwamen vragen over rondingen en schema’s.

Het slotbanket was een groot feest met champagne en kaviaar. Met weemoed namen we afscheid van onze tolk en met een auto vol met bokalen reisden we terug naar Inzell. Het was een trip, die ik nooit zal vergeten……

© Rien de Roon