Verhalen:

"Sluwigheid in de sport"

Ik opende mijn e-mail en zag dat één van de berichten van Piet Versteeg was. Dat moest Piet uit Giessenburg zijn! Ik las het vluchtig door; in het wielerpeloton kon jij je goed verschuilen, maar via Internet kan dat niet! Hij had mij via een zoekmachine gevonden. "Startschoten kan je nog aardig lossen maar hoe is het verder met je?" Hij had mij op de TV het startschot bij een schaatsmarathon in Den Haag zien lossen! "Ik zit tegenwoordig in een rolstoel want ik heb MS. Maar m'n humor heb ik nog gehouden."

In gedachten zag ik hem voor me. Een klein snorretje waarmee hij zijn hazenlip wat bedekte. Wat was dat een tijd geleden! Piet Versteeg de schaatsenrijdende wielrenner, of was het andersom? Als sportman kreeg hij het al niet cadeau, een echte bikkel, blijven knokken voor de laatste prijs. Ik wist nog precies waar hij op doelde met 'verschuilen in het wielerpeloton', ook al is het meer dan twintig jaar geleden.

Spijkenisse daar was het, de wielerronde van Spijkenisse. Het was een lastige cours, de steentjes lagen verkeerd, de wedstrijd liep voor mij verkeerd, het was warm… In augustus was ik al volop met schaatstraining bezig, schaatssprongen, hardlopen en dat soort narigheid. Maar ik bleef wedstrijden fietsen omdat dat voor mij de ideale voorbereiding voor het schaatsseizoen was. Maar….. de souplesse van het fietsen ging door de loop en sprongtraining weg!

Wij reden in de categorie amateurs en zoals al gezegd het was een lastige wedstrijd. Vanuit het vertrek werd er kogelhard gereden en brak het peloton in drie stukken. Piet  en ik zaten aan de verkeerde kant van de breuk maar er werd gelukkig  door de sterken van onze groep op kop gereden om weer de aansluiting met de tweede groep te maken. Gelukkig  gebeurde dat ook , maar echt niet door mijn inbreng. Piet reed die dag beresterk! Ik reed die dag bereslecht. Onze nieuwe groep rook weer kansen om toch nog bij de kopgroep te komen. Piet zette zich weer op kop en begon met tomeloze inzet op kop te sleuren. Ik kon net aanklampen en zat duizend doden te sterven. Er begonnen slachtoffers te vallen. Mannen die het tempo niet meer konden volgen. Uiteindelijk, toen er nog maar vier man over waren, kregen we de kopgroep in zicht. Terwijl ik uit de wind rijdend in Piet zijn wiel zat keek hij achterom en zei gebiedend: "Wordt het niet eens tijd om op kop te gaan rijden?"

Maar ik kon niet. Ik was kapot….  Piet gaf er nog een snok aan en het gat naar de kopgroep werd kleiner. We waren nog maar met z'n tweeën en ik begon Piet aan te moedigen: "Rijen Piet… je kan het! Volle bak naar de kopgroep!" Omkijkend keek hij mij vernietigend aan! Wat er toen gebeurde is misschien de  oorzaak dat hij mij nog jarenlang over deze ronde van Spijkenisse aansprak…

Piet begon stil te vallen en wij of beter gezegd: hij (ik kwam nooit op kop) kwam niet dichter meer bij de kopgroep. Eigenlijk zou ik wat er toen gebeurde nooit meer aan iemand mogen vertellen. Maar mijn geweten zegt dat ik het moet vertellen. Ik begon hem nog meer op te jutten het gat naar de kopgroep dicht te rijden terwijl ik zelf niets kon! Piet herstelde zich en het  wonder gebeurde. Met een laatste krachtinspanning dichtte Piet het gat en sloten wij samen in een grote kopgroep aan. Als een haas reed ik naar voren want ik wist dat de kans groot is dat een grote kopgroep weer in tweeën breekt. EN DAT GEBEURDE OOK! Alleen zat ik aan de goeie en Piet aan de verkeerde kant van de breuk.

Door de goeie moraal die ik kreeg van het in de eerste groep meerijden en wetende dat ik een prijs ging rijden kon ik zelfs weer mee op kop gaan rijden. Joris v/d Berg had het vroeger al over mysterieuze krachten in de sport…

Piet kwam in een verloren groep terecht die door de jury uit koers werd gehaald. HIJ REED DIE DAG GEEN PRIJS! Bij elke doorkomst stond hij aan de kant met opgeheven arm en gebalde vuisten aan mij te roepen hoe het kwam dat ik nu wel op kop kon komen. Hij had gelijk, maar het kan raar lopen in de sport!

Op een regenachtige dag in november zocht ik hem onverwachts op. Ik wist alleen dat hij in Giessenburg woonde, een klein dorpje in de Alblasserwaard. Het was al donker toen ik het dorp in de stromende regen binnen reed. De straten glommen en het zicht was heel slecht. Geen mens te zien om te vragen of ze Piet Versteeg kende. Ik stopte bij een soort garage en liep naar binnen. Hij kende Piet met zijn invalidenwagen, maar wist niet waar hij woonde. Hij adviseerde mij om aan de overkant in de smederij te vragen want de smid kende iedereen in het dorp. Dat klopte want op mijn vraag of hij de oud-schaatsenrijder Piet Versteeg kende begon hij mij uitgebreid uit te leggen in welke straat ik moest zijn. De straat was niet lang en een passant zei me dat ik op nummer 22 moest zijn.

Ik parkeerde mijn auto uit het zicht en liep door de regen naar de doorzonwoning. Vanaf de donkere straat stond ik even stil en zag hem zitten in de verlichte kamer. Hij zat voorovergebogen te lezen of te puzzelen. Ik belde aan en Trees deed open. Trees Welle, een oud schaatsenrijdster, was al sinds ik Piet kende zijn vriendin. Haar ogen moesten even aan het donker wennen. "Rien de Roon?" vroeg ze vragend. Ik knikte en legde een vinger op mijn mond ten teken dat het een verrassing voor Piet moest zijn. Ik liep op hem toe in de kamer. Hij zat in een leunstoel, de invalidenwagen stond voor hem… Hij keek me aan met een verbaasde lach. "Krijg nou niks! Hoe kom jij nou hier?"

"Ja, Piet, als jij mij via Internet weet te vinden dan zal ik jou toch wel in Giessenburg weten te vinden?" Met bevende handen deed zijn bril af. Hij was weinig veranderd. Krullend haar, baardje en snor. Een markante kop! Moeilijk om aan iemand met MS die zo'n sportman is geweest  te vragen hoe het met hem gaat…

"Het gaat redelijk goed",  sprak hij, "maar ik kan niet meer lopen en staan." Hij deed niet zielig en zei dat hij veel met zijn elektrische invalidenwagen weg ging. Piet was een goede sportjournalist en fotograaf. Toen hij nog kon lopen en autorijden was hij specialist in het maken van ernstige ongelukken en werd hij bij nacht en ontij opgeroepen als er een ongeluk in de buurt was. Dat was allemaal over en ik zag dat hij het even moeilijk had. Hij vertelde over het ziekenhuis in Breda waar hij gerevalideerd had. Dat vond Piet helemaal niks: "Ik wilde met mijn sportinstelling veel meer therapie", maar hij vond dat ze veel te weinig met hem deden. Dat kon hij thuis veel beter…. Hij zei tegen zijn arts dat hij naar huis wilde, maar die was het daar niet mee eens. Piet dreigde dat als ze hem niet lieten gaan hij de ME zou laten komen. De arts keek hem wantrouwend aan en wist niet wat hij hier mee aan moest. Hij hoorde Piet regelmatig telefoontjes voeren en begreep dat hij dan de politie aan de bel had. Wat de arts niet wist dat Piet nog steeds in het telefoon bestand van de politie stond die hem nog regelmatig belde als er weer een foto van een ongeluk gemaakt moest worden. Piet mocht de volgende dag naar huis………..

Ik vertelde Piet dat ik bezig was het verhaal van Spijkenisse op papier te zetten en vertelde hem wat er die middag in mijn beleving was gebeurd…Hij lachte meewarig… "Het verhaal klopt. Alleen geloof ik niet dat jij echt zo kapot hebt  gezeten als je deed voorkomen……."Volgens mij was het allemaal sluwigheid van je!" Ik heb hem niet kunnen overtuigen dat ik echt helemaal kapot zat…… Bij het afscheid heb ik hem beloofd dat ik hem nog een keer op zou zoeken en dat doe ik beslist. Straks in het voorjaar fiets ik een keer door de mooie Alblasserwaard naar hem toe. Misschien kunnen we dan nog samen een toertje doen, zonder prijzenschema, ik op de racefiets en hij met zijn elektrische invalidenwagen. Kunnen we nog een keer terug blikken op onze sportcarrière. Ik valide en Piet invalide!  

Ik blijf het oneerlijk vinden……..

© Rien de Roon