wp74184ea0.png















"De historie van het skeeleren"

Als je in het schaatsmuseum van Gauke Bootsma te Hindeloopen rondloopt zie je ook verschillende modellen die verdacht veel op skeelers lijken. Al in de zeventiende en achttiende eeuw probeerden mensen wieltjes onder schoenen te monteren om zich sneller voort te kunnen bewegen. Als trainingsmiddel voor het schaatsen werd de skeeler in de vijftiger jaren gebruikt, omdat toen de kwaliteit van de wegen ook beter werd.

Wim de Graaf en Jan Pesman bereiden zich in de zomer voor op het nieuwe winterseizoen bij gebrek aan kunstijsbanen. Jaap Havekotte van Viking maakte in die tijd een tweewielige skeeler met een brede rubberwielen onder de bal van de voet en de hiel. Met deze skeelers kon je redelijk de schaatstechniek oefenen maar snelheid zat er niet in. Door het warm worden van de wielen scheurden deze nog wel eens.

Rond de zestiger  jaren kwamen er wat Russische modellen op de markt. Deze hadden een kunststofframe met 4 nylon wielen die erg hard en weinig comfortabel waren. Wie ze op de markt bracht is niet bekend maar schaatsers uit die tijd brachten deze modellen nog wel eens mee uit Alma Ata. Voor een spijkerbroek had je al snel 2 paar van deze skeelers in die tijd. 

Begin zeventiger  jaren was het rolschaatsmerk van Esmi erg bekend. Deze fabrikant maakte hoofdzakelijk kinderrolschaatsen maar daarbij zat ook een skeeler met een oranje schoen. Met veel enthousiasme trok Piet Korteweg verkoopleider/ploegleider  en toenmalige topschaatsers Ard Schenk en Kees Verkerk door den lande om demonstraties voor schooljeugd te geven Ook werden er wedstrijdjes gehouden en ziedaar: de eerste skeelerwedstrijden waren geboren!

Rond 1972 kwam de Fa. Zandstra uit Joure op de markt met een 5-wiels skeeler van het merk Rollingboots. Deze skeeler kwam uit Oostenrijk. Hij had een grijs stalen frame met dunne enkel-lagerige wielen en nylon bandjes. Schaatstechnisch was er goed op deze skeelers te rijden,maar ze reden zwaar en bereikten geen ijssnelheden! Toch werd er in die jaren veel op gereden om de schaatsvaardigheid te trainen. Buiten wat kinderwedstrijdjes werd er in Nederland niet in wedstrijdverband gereden terwijl er toch een grote potentie in schaatsenrijders aanwezig was.

Daar kwam verandering in rond 1983 toen een zekere Jan Postma in Nederland kwam met een grote partij Tri-skates. Hoewel zijn naam anders deed vermoeden had Jan weinig verstand van schaatsen en skeeleren. Van handel had hij wel verstand. Hij had de partij Tri- skates (de naam zegt het al: skates met 3 wielen) in Engeland gekocht en dacht deze in schaatsminnend Nederland wel vlot van de hand te kunnen doen. Dat lukte immers met de grammofoonplaten die hij verkocht ook altijd goed ! Om de handel op gang te krijgen begon hij zelf skeelerwedstrijden te organiseren. Hij deelde zelfs gratis Tri-skates uit aan kernploegleden zoals o.a. Hilbert v/d Duim en de marathontoppers.  De eerste wedstrijden waren in Leeuwarden en Zandvoort. Het waren echt "marathons". Heel erg zwaar, want ook deze skeelers liepen niet.

De grote doorbraak kwam in 1983 in Halfweg bij Amsterdam. Jan Roelof Kruithof, de gevestigde marathonschaatser die talloze 200km schaatsmarathons won in Finland en Noorwegen, reed ons in Halfweg op twee ronden achterstand… Normaal gesproken kon hij op Tri-skates het peloton nauwelijks  bijhouden. Wat was er aan de hand? Jan Roelof was er achtergekomen dat het materiaal van de skeelerwielen niet goed was! Hij was in de week voor de wedstrijd in Halfweg naar R.S.I. in Rotterdam gegaan en had daar 8 brede polyruthaan rolschaatswielen gekocht. Bij de smid op het dorp had hij de wielen smal af laten draaien met ronde kanten en in een 4-wiels frame gemonteerd. Na de wedstrijd bleek dat hij op dat moment de snelste skeelers van Nederland had! Het probleem voor hem kwam een week later bij een Tri-skate wedstrijd in Rotterdam. Jan Postma zag zijn handel naar de knoppen gaan en gaf Jan Roelof een startverbod omdat hij 4-wiels skeelers had. Postma vond dat Tri-skatewedstrijden alleen op 3 wielen per skeeler mochten worden verreden. Kruithof pakte een steeksleutel, haalde een tussenwiel er uit en won met drie wielen reglementair de wedstrijd met 1 ronde voorsprong! Het bewijs was geleverd dat hij de goeie wielen had!

Het gerucht deed inmiddels de ronde dat de Fa Zandstra enkele nieuwe wielen uit Amerika had van het merk Rollerblade die razendsnel waren. Dat kwam goed uit, want twee weken later zou het eerste Officieuze N.K. skeeleren in Hattem worden verreden. Ik belde direct naar Zandstra en vroeg om een set wielen. Dat was moeilijk volgens de firma omdat het hier ging om een monstersetje om uit te proberen. Maar… Wouter Zandstra zou zelf zijn best gaan doen om nog een setje bij elkaar te krijgen. Ik kreeg de felbegeerde wielen twee dagen voor het kampioenschap binnen, probeerde ze gelijk uit en had het gevoel dat ik vleugels gekregen had! Dit was het voor mij. Fantastisch gewoon, het gevoel van ijsschaatsen was er! Hier kwam mijn schaatstechniek tot uiting, de wielen hadden een goede rebound en daardoor een betere sturing. Vol goede moed ging ik op weg naar Hattem met de gedachte dat ik alleen snelle wielen had. Even nog langs Henri Ruitenberg om de tactiek van de wedstrijd door te nemen. Bleek Henri ook dezelfde wielen met hetzelfde verhaal bij Zandstra vandaan te hebben! Uiteindelijk stonden er 16 van de 70 deelnemers met snelle Rollerblade wielen aan het vertrek. De kopgroep bestond uiteindelijk ook uit 16 skeeleneurs. De enige zonder snelle wielen waren Evert van Benthem op Tri skates en Bennie v/d Weiden op n.b. gewone rolschaatsen. Nadat Henri en Jan Roelof de wedstrijd hard hadden gemaakt en het daarna even stil viel demarreerde ik en was gelijk goed weg. Ik won met een ronde voorsprong!

Vanaf dat moment in 1984 stond de ontwikkeling niet meer stil. Per week veranderde schoenen, frames en wielen. Er werd een Skeelerbond opgericht de S.S.M  o.l.v. Bert Hoogeveen, Jan v Ommen en Henk Ymker. De wedstrijden werden vooral op de Veluwe druk bezocht, zowel door deelnemers als bezoekers. Vooral de marathonschaatsers op wieltjes (er was in 1985 een Elfstedentocht met Evert van Benthem als winnaar) trokken veel belangstelling.

Ook in Amerika begon de belangstelling voor het in-line skaten toe te nemen en was er vooral in 5-wiels skeelers veel export  daar naar toe. Er begon echter wel een scheiding te ontstaan tussen 4-wiels in-line skates voor recreatie en 5-wiels speed skeelers.

Vanaf 1990 is er in heel Europa en de U.S.A. een run op alle soorten skates ontstaan. Was de z.g. skeeler eerst alleen een trainingsmiddel voor de schaatser in de zomer, nu heeft de consument ook ontdekt dat het een heel leuke sport is om zelf te doen. Er ontstond een ware rage, iedereen moest op skates. Merken als Bauer, K2 en Rollerblade storten zich op deze markt. Na 2000 is deze markt gestabiliseerd en rijdt er nog een harde kern op skeelers en in-line- skates over de Nederlandse wegen.

De schrijver van deze "Historie van het skeeleren" realiseert zich dat deze niet compleet is, maar hij probeert een indruk van het ontstaan van het skeeleren in Nederland te geven.